SV
27Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
28Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
29Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
30Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637