Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

2 Koningen 5:7

Zodra de koning van Israël de brief gelezen had, scheurde hij zijn kleren en riep uit: 'Ben ik soms een god, dat ik kan beschikken over leven of dood? Hij stuurt mij deze man om hem van zijn huidvraat te genezen. Let op mijn woorden: hij is uit op een conflict met mij!'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Spreuken 11:14

Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder, een keur van raadgevers brengt het tot bloei.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Psalmen 36:4

(36:5) op zijn bed bedenkt hij verderfelijke plannen, hij betreedt een verkeerde weg en het kwade verwerpt hij niet.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Psalmen 62:3

(62:4) Hoe lang nog vallen jullie aan op één man en bedreigen jullie hem met de dood? Hij is als een muur die omvalt, als een wal die op instorten staat.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

1 Koningen 8:1

Daarna liet koning Salomo de oudsten van Israël, de stamhoofden, allen die aan het hoofd van een familie stonden, in Jeruzalem bij zich komen om de ark van het verbond met de HEER over te brengen vanuit de Davidsburcht, de bergvesting op de Sion.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

1 Kronieken 28:1

David riep alle leiders van Israël in Jeruzalem bijeen: de stamhoofden, de hoofden van dienst, de bevelhebbers over de eenheden van duizend en van honderd man, de opzichters over het vee en de bezittingen van de koning en zijn zonen, de kamerheren, de helden, kortom alle invloedrijke personen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Psalmen 140:2

(140:3) In hun hart bedenken zij boze plannen, heel de dag zoeken ze strijd.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Psalmen 7:14

(7:15) Hij draagt verderf onder het hart, zwanger van onheil baart hij bedrog.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Daniel 11:27

Beide koningen hebben kwaad in de zin, al zitten ze samen aan één tafel. Ze misleiden elkaar maar het baat hun niet, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Spreuken 24:2

want ze hebben kwaad in de zin en spreken onheilspellende woorden.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Job 15:35

Zij verwekken ongeluk en baren kwaad, in hun schoot groeit het bedrog.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Spreuken 6:14

Zo iemand zit vol leugen en bedrog, is altijd uit op kwade zaken, zaait voortdurend tweedracht.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Romeinen 3:13

Hun keel is een open graf, hun tong is bedrieglijk, achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

Spreuken 11:27

Wie het goede zoekt, zal waardering vinden, wie het kwade zoekt, wordt door het kwaad getroffen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:7

1 Kronieken 13:1

Nadat David met al zijn legeraanvoerders had beraadslaagd, met de bevelhebbers over duizend man en die over honderd,