Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
1 Koningen 20:13
Toen kwam er een profeet naar koning Achab van Israël toe en zei: 'Dit zegt de HEER: Zie je die geweldige legermacht daar? Welnu, vandaag lever ik hen aan jou uit, opdat je beseft dat ik de HEER ben.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
1 Koningen 17:18
Toen zei de vrouw tegen Elia: 'Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 20:9
Maar om mijn naam niet te ontwijden in de ogen van de volken waartussen ze leefden, leidde ik hen weg uit Egypte en maakte mij zo aan die volken bekend.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Exodus 7:5
De Egyptenaren zullen beseffen dat ik de HEER ben, als ik mij tegen hen keer en de Israëlieten bij hen weg leid.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Job 12:16
Kracht en voorspoed zijn aan hem te danken, hij heerst over bedrieger en bedrogene.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Exodus 6:7
Ik zal jullie aannemen als mijn volk, en ik zal jullie God zijn. En jullie zullen inzien dat ik, de HEER, jullie God ben, die jullie bevrijdt van de last die je door de Egyptenaren is opgelegd.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Psalmen 58:10
(58:11) Verheugd is de rechtvaardige als hij vergelding ziet, in het bloed van de wettelozen wast hij zijn voeten.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 11:12
Jullie zullen weten dat ik de HEER ben. Jullie hebben mijn geboden niet gehoorzaamd en je niet gehouden aan mijn voorschriften, maar geleefd zoals de volken om je heen.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Jeremia 14:7
‘HEER, al getuigen onze wandaden tegen ons, grijp toch in omwille van uw naam. Talloze malen waren wij u ontrouw, wij hebben tegen u gezondigd.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
1 Koningen 20:22
Maar de profeet diende zich opnieuw bij de koning van Israël aan en zei hem: 'Zorg voor versterkingen en overleg wat u te doen staat, want volgend jaar zal de koning van Aram u opnieuw aanvallen.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Jozua 7:8
Ach Heer, wat kan ik anders zeggen nu Israël voor zijn vijanden op de vlucht geslagen is?
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 12:16
Enkelen zal ik sparen. Zij zullen aan het zwaard, de honger en de pest ontkomen, want ze moeten de volken waar ze terechtkomen vertellen over al hun gruwelijke daden. Dan zullen ze beseffen dat ik de HEER ben."'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Jesaja 37:29
ik zie je zelfgenoegzaamheid, je razernij is tot mijn oren doorgedrongen. Ik sla mijn haak door je neus en leg mijn bit in je mond en voer je op je schreden terug.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 6:14
Ik zal mijn hand tegen hen opheffen, ik zal van het land en van de plaatsen waar ze wonen een kale wildernis maken, nog verlatener dan de woestijn van Dibla. Dan zullen ze beseffen dat ik de HEER ben."'
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 20:14
Ik deed het niet, want ik wilde mijn naam niet ontwijden bij de volken die hadden gezien hoe ik hen had weggeleid.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Ezechiel 39:7
Mijn heilige naam zal ik aan mijn volk Israël bekendmaken, ik zal mijn heilige naam niet langer laten ontwijden, en de andere volken zullen beseffen dat ik de HEER ben, heilig in Israël.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
2 Kronieken 20:14
In hun midden bevond zich ook Jachaziël, de zoon van Zecharja, die de zoon was van Benaja, de zoon van Jeïel, de zoon van Mattanja, een Leviet uit de familie van Asaf. Hij werd ter plekke gegrepen door de geest van de HEER en zei:
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Deuteronomium 29:6
(29:5) en had u geen brood en geen wijn of andere drank nodig. Dat moest u ervan doordringen dat hij, de HEER, uw God is.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Psalmen 79:10
Waarom mogen de volken zeggen: 'Waar is nu hun God?' Laat de volken weten, laat ons het zien, dat het bloed van uw dienaren wordt gewroken.
Gerelateerd aan 1 Koningen 20:28
Exodus 8:22
(8:18) Maar ik zal die dag een uitzondering maken voor Gosen, het gebied waar mijn volk woont, daar zullen de steekvliegen niet komen. Zo zal ik u doen beseffen dat ik, de HEER, aanwezig ben in uw land.
1
2