Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

1 Samuel 23:13

Daarop vertrokken David en zijn mannen uit Keïla en begonnen rond te zwerven, nu hier en dan daar. Hun aantal was inmiddels aangegroeid tot zeshonderd. Toen Saul hoorde dat David uit Keïla was ontkomen, brak hij zijn veldtocht af.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Jozua 9:14

De stamhoofden van Israël namen toen wat van de proviand aan, maar ze verzuimden de HEER om raad te vragen.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

1 Samuel 24:5

(24:6) Zijn hart bonsde ervan,
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Spreuken 14:29

Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Spreuken 19:2

IJver zonder kennis leidt tot niets, wie overijld te werk gaat, maakt al snel een blunder.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Spreuken 19:11

Een verstandig mens houdt zijn woede in toom, het siert hem als hij fouten door de vingers ziet.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Romeinen 12:19

Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: 'Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Spreuken 25:8

sleep hem dan niet overijld voor het gerecht. Wat zou je moeten doen als hij je te schande maakt?
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

1 Samuel 30:21

Toen David weer terugkwam in het dal van de Besor, werden hij en zijn mannen opgewacht door de tweehonderd man die daar waren achtergebleven omdat ze te moe waren om met hem mee te gaan. Hij ging naar hen toe en vroeg hun hoe het met ze was.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

1 Samuel 30:9

David ging met zijn zeshonderd mannen op weg. Bij het dal van de Besor gekomen hielden de achterblijvers halt,
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Spreuken 16:32

Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad veroveren.
Gerelateerd aan 1 Samuel 25:13

Jakobus 1:19

Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.