Open de Bijbel

1 Samuël 2:30
NBV 30 Welnu-spreekt de HEER, de God van Israël-, ooit heb ik plechtig verklaard dat jouw familie mij van vader op zoon ter zijde zou staan. Maar nu-spreekt de HEER -kom ik daarvan terug. Wie mij hoogachten acht ik hoog, maar verachtelijk zijn zij die mij geringschatten! Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 30 Daarom spreekt de HEERE, de God Israels: Ik had wel klaarlijk gezegd: Uw huis en uws vaders huis zouden voor Mijn aangezicht wandelen tot in eeuwigheid; maar nu spreekt de HEERE: Dat zij verre van Mij; want die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 30 Wherefore the LORD God of Israel saith, I said indeed that thy house, and the house of thy father, should walk before me for ever: but now the LORD saith, Be it far from me; for them that honour me I will honour, and they that despise me shall be lightly esteemed.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version