Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
1 Samuel 16:18
'Ik weet iemand die goed kan spelen, 'zei een van de hovelingen. 'Hij is een zoon van Isaï uit Betlehem. Hij behoort tot een voorname familie en is een goed krijgsman, en hij is welbespraakt en goedgebouwd. Bovendien staat de HEER hem bij.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Jesaja 35:4
Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Deuteronomium 20:1
Als u ten strijde trekt tegen de vijand en u stuit op een overmacht, met paarden en strijdwagens, wees dan niet bang, want de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggeleid, staat u bij.
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Numeri 14:9
Maar verzet u dan niet tegen de HEER en wees niet bang voor de bevolking van het land: die vermorzelen we met gemak. Zij hebben niemand die hen beschermt en wij worden bijgestaan door de HEER. Wees dus niet bang voor hen.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Psalmen 27:1
Van David. De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Psalmen 3:6
(3:7) Ik vrees de tienduizenden niet die mij aan alle kanten omringen.
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Hebreeën 12:12
Hef daarom uw slappe handen op, strek uw knikkende knieën,
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
1 Samuel 14:6
Jonatan zei tegen zijn wapendrager: 'Laten we oversteken naar de wachtpost van die onbesnedenen. Misschien is de HEER op onze hand. Hij kan immers evengoed met weinigen voor een overwinning zorgen als met velen.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Jozua 14:12
Geef me dus dit bergland dat de HEER me indertijd heeft beloofd. U hebt toen toch gehoord dat er Enakieten wonen, in grote en versterkte steden? Als de HEER me maar bijstaat zal ik ze wel meester worden, zoals hij heeft beloofd.'
Gerelateerd aan 1 Samuel 17:32
Numeri 13:30
Kaleb, die wilde voorkomen dat het volk zich tegen Mozes zou verzetten, zei: 'We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan.'