Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
1 Kronieken 6:31
(6:16) Hier volgen degenen die David aanstelde voor de lofzang bij het heiligdom van de HEER nadat de ark daar was ondergebracht.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
1 Kronieken 25:1
De nakomelingen van Asaf, Heman en Jedutun werden door David en de hoofden van de eredienst van de gewone taken vrijgesteld om de lofliederen te zingen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen. Hier volgt de lijst van de mannen die deze taak moesten verrichten:
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Nehemia 11:22
Uzzi, de zoon van Bani, die de zoon was van Chasabja, de zoon van Mattanja, de zoon van Micha, was de leider van de Levieten in Jeruzalem. Hij was een van de afstammelingen van Asaf, die tijdens de eredienst in de tempel als tempelzangers optraden.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Psalmen 135:1
Halleluja! Loof de naam van de HEER, loof hem, dienaren van de HEER,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
1 Kronieken 16:4
David stelde de volgende Levieten aan om dienst te doen bij de ark van de HEER door de HEER, de God van Israël, te roemen, te loven en te prijzen:
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Psalmen 134:1
Een pelgrimslied. Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Ezra 7:24
Eveneens deel ik u mee dat het niet is toegestaan belasting, cijns of schatting op te leggen aan de priesters en de Levieten, de zangers, poortwachters, tempelknechten of andere dienaren van de tempel.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
1 Kronieken 15:16
Verder beval David de hoofden van de Levitische families diegenen van hun verwanten te laten aantreden die met luide stem, onder begeleiding van muziekinstrumenten, van harpen, lieren en cimbalen, vreugdeliederen konden zingen.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 9:33
Nehemia 11:17
Mattanja, die de zoon was van Micha, de zoon van Zabdi, de zoon van Asaf, was de voorzanger die de lofprijzing bij het gebed aanheft, en verder waren er Bakbukja, zijn plaatsvervanger, en Abda, de zoon van Sammua, de zoon van Galal, de zoon van Jedutun.