Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 19:4

(19:5) De koning had zijn gezicht in zijn handen verborgen en schreeuwde luid: 'Mijn zoon Absalom, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 18:33

(19:1) Toen voer er een siddering door de koning. Jammerend trok hij zich terug in het vertrek boven de poort: 'Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij! Absalom, mijn zoon, mijn zoon!'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 18:18

Absalom had bij zijn leven voor zichzelf een gedenksteen opgericht in de Koningsvallei. Omdat hij, zoals hij zei, geen zoon had om zijn naam te doen voortleven, gaf hij de gedenksteen zijn eigen naam. Tot op de dag van vandaag wordt deze het Gedenkteken van Absalom genoemd.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

Jozua 13:13

Maar Israël roeide de Gesurieten en de Maächatieten niet uit, zodat deze volken in hun midden bleven wonen, tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 13:1

Enige tijd later gebeurde het volgende. Absalom, een zoon van David, had een zuster die Tamar heette. Ze was heel mooi. Amnon, de oudste zoon van David, werd verliefd op haar.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 14:23

Daarop vertrok hij naar Gesur en haalde Absalom terug naar Jeruzalem.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

1 Koningen 2:24

Zo waar de HEER leeft, die mij heeft aangesteld en me op de troon van mijn vader David heeft geplaatst en die mijn koningshuis gevestigd heeft zoals hij had beloofd, zo waar zal Adonia vandaag nog sterven!'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

1 Kronieken 2:23

Deze zogeheten Dorpen van Jaïr werden ingenomen door Gesur en Aram, zestig nederzettingen in totaal, waaronder Kenat en de omringende dorpen, die allemaal werden bewoond door nakomelingen van Machir, de vader van Gilead.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 13:20

Daar vroeg haar broer Absalom haar: 'Is Amnon je te na gekomen? Zwijg dan, zusje, hij is je broer; je doet er beter aan het te laten rusten.' Tamar bleef voortaan bij haar broer Absalom, van het leven afgesneden.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

1 Koningen 1:5

Intussen liet Adonia, een zoon van David en Chaggit, zich erop voorstaan dat hij koning zou worden. Hij schafte zich wagens en paarden aan en nam een escorte van vijftig man in dienst.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 13:38

Toen Absalom drie jaar in Gesur woonde, waar hij een veilig heenkomen gevonden had,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 15:8

Ik heb tijdens mijn verblijf te Gesur in Aram namelijk aan de HEER beloofd dat ik hem eer zou bewijzen wanneer hij ervoor zorgde dat ik in Jeruzalem terugkeerde.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 3:4

de vierde was Adonia, een zoon van Chaggit; de vijfde was Sefatja, een zoon van Abital;
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 18:14

'Integendeel, 'riep Joab, 'ik ga voorop!' Hij greep drie stokken en stootte daarmee Absalom, die nog levend in de boom hing, in de borst.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 3:2

2 Samuel 14:32

Absalom antwoordde: 'Ik heb u laten roepen om u te vragen naar de koning te gaan en hem uit mijn naam te zeggen: "Waarom ben ik eigenlijk uit Gesur teruggekomen? Het was beter geweest als ik daar was gebleven. Ik wil nu dat u mij ontvangt. Als mij iets te verwijten valt, laat me dan ter dood brengen."'