Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4-5

Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

Psalmen 88:1

Een lied, een psalm van de Korachieten. Voor de koorleider. Op de wijs van De rietpijp. Een beurtzang, een kunstig lied van de Ezrachiet Heman. (88:2) HEER, God, mijn redder, overdag schreeuw ik het uit, 's nachts zit ik stil voor u neer.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 24:20

De indeling van de overige Levieten: Zoon van Amram: Subaël; zoon van Subaël: Jechdejahu.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 24:24

Zoon van Uzziël: Micha; zoon van Micha: Samir.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 24:30

Zonen van Musi: Machli, Eder en Jerimot. Dit waren de overige Levieten, ingedeeld volgens hun families.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 15:17

De Levieten lieten Heman, de zoon van Joël, aantreden, en zijn verwanten Asaf, de zoon van Berechja, en Etan, de zoon van Kusajahu uit de familie van Merari.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 25:30

het drieëntwintigste op Machaziot, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man;
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 16:41

Heman en Jedutun en andere officieel benoemde personen moesten daar de HEER loven met de woorden: 'Eeuwig duurt zijn trouw.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 25:28

het eenentwintigste op Hotir, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man;
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 15:19

De zangers Heman, Asaf en Etan lieten de koperen cimbalen klinken,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 6:33

(6:18) Dit zijn degenen die dit ambt van vader op zoon vervulden: Heman, de voorzanger, uit de familie van Kehat-hij was een zoon van Joël, die de zoon was van Samuël,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 25:22

het vijftiende op Jeremot, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man;
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:4

1 Kronieken 25:20

het dertiende op Subaël, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man;
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

1 Kronieken 21:9

De HEER sprak tot Gad, de ziener van David:
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

Genesis 33:5

Toen Esau opkeek en de vrouwen en kinderen zag, vroeg hij: ‘Wie heb je daar bij je?’ Jakob antwoordde: ‘Dat zijn de kinderen die God in zijn goedheid aan mij, je dienaar, heeft geschonken.’
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

Psalmen 127:3

Kinderen zijn een geschenk van de HEER, de vrucht van de schoot is een beloning van God.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

1 Samuel 9:9

(Vroeger zei men in Israël wanneer men God om raad wilde vragen: 'Kom, laten we naar de ziener gaan, 'want wat nu een profeet heet, werd vroeger een ziener genoemd.)
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

2 Samuel 24:11

(11-12) De HEER richtte zich tot de profeet Gad, de ziener van David: 'Ga naar David en zeg hem: "Dit zegt de HEER: Drie straffen leg ik je voor. Kies er een uit; die zal ik je opleggen."' Toen David de volgende morgen opstond,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

1 Kronieken 28:5

En uit al mijn zonen-de HEER heeft mij immers veel zonen gegeven-verkoos hij mijn zoon Salomo om plaats te nemen op de troon van de heerschappij van de HEER over Israël.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 25:5

Jesaja 8:18

Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël, een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont.