Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
2 Koningen 10:15
Jehu vervolgde zijn weg en kwam een eind verder tegenover Jonadab, de zoon van Rechab, te staan. Hij begroette hem en zei: 'Heeft u het goed met mij voor, zoals ik met u?' 'Jazeker, 'antwoordde Jonadab, 'geef mij uw hand.' Jehu reikte hem de hand en liet hem zijn wagen bestijgen.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Richteren 1:16
Vanuit de Palmstad waren met de Judeeërs ook de Kenieten, stamgenoten van de schoonvader van Mozes, naar de woestijn van Juda opgetrokken. Zij vestigden zich te midden van de bewoners van het gebied rond Arad.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Richteren 4:11
In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes' schoonvader Chobab.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Jeremia 35:19
Daarom-dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Er zullen altijd nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab, zijn die mij dienen.’
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Jeremia 35:2
‘Ga naar de Rechabieten en vraag hun met je mee te gaan naar een zijhal in de tempel van de HEER. Bied hun daar wijn aan.’
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
1 Samuel 15:6
Intussen waarschuwde hij de Kenieten: 'Maak dat u wegkomt! Blijf niet bij de Amalekieten, want dan moet ik u samen met hen uitroeien, terwijl u de Israëlieten tijdens hun uittocht uit Egypte juist goed behandeld hebt.' De Kenieten gingen dus weg bij de Amalekieten.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
Jeremia 8:8
Hoe durven jullie te zeggen: “Wij zijn wijzen, wij hebben de wet van de HEER”? De pen van de schrijvers heeft hem vervalst.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:55
1 Kronieken 4:9
Jabes stond in hoger aanzien dan zijn broers. Zijn moeder had hem Jabes genoemd, 'want, 'zei ze, 'ik heb hem in pijn gebaard.'