Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
1 Samuel 26:6
'Wie gaat er met me mee het kamp in, naar Saul?' vroeg hij aan zijn metgezellen, de Hethiet Achimelech en Abisai, die een zoon van Seruja was en een broer van Joab. 'Ik ga mee, 'antwoordde Abisai.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
2 Samuel 2:18
De drie zonen van Seruja waren er ook: Joab, Abisai en Asaël. Asaël kon lopen als een wilde gazelle.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
2 Samuel 16:9
Joabs broer Abisai zei tegen de koning: 'Hoe waagt dat hondsvot het mijn heer en koning te vervloeken? Uit de weg jullie, ik sla zijn kop eraf!'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
2 Samuel 19:22
(19:23) Maar David antwoordde: 'Wat heb ik met jullie te maken, zonen van Seruja? Juist vandaag moeten jullie me niet tegenwerken. Vandaag wordt in Israël niemand ter dood gebracht, want vandaag weet ik dat mijn koningschap over Israël is hersteld.'
Gerelateerd aan 1 Kronieken 2:16
2 Samuel 3:39
Ik ben nog zwak, al ben ik dan tot koning gezalfd; tegen deze mannen, de zonen van Seruja, ben ik niet opgewassen. Moge de HEER de misdadiger naar zijn misdaad vergelden.'