25Want Gij, mijn God, hebt voor het oor Uws knechts geopenbaard, dat Gij hem een huis bouwen zoudt; daarom heeft Uw knecht in zijn hart gevonden, om voor Uw aangezicht te bidden.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
25For thou, O my God, hast told thy servant that thou wilt build him an house: therefore thy servant hath found in his heart to pray before thee.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.