Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1, 8, 17, 20
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Samuel 27:2
Daarom vertrok hij met de zeshonderd man die bij hem waren naar de koning van Gat, Achis, de zoon van Maoch,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
2 Samuel 1:1
Saul was gesneuveld en David had de Amalekieten verslagen en was alweer twee dagen terug in Siklag.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
2 Samuel 4:10
Waarachtig, de bode die mij in Siklag kwam vertellen dat Saul dood was, en die meende dat hij goed nieuws kwam brengen, die heb ik gegrepen en ter plekke gedood: dat was het bodeloon dat ik hem heb gegeven.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Kronieken 11:19
en zei: 'God verhoede dat ik hiervan drink. Dat zou zijn alsof ik het bloed van deze mannen dronk. Zij hebben immers hun leven gewaagd om het te halen.' Hij weigerde dus te drinken. Zulke heldendaden verrichtte dit drietal.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Kronieken 8:33
Ner verwekte Kis, Kis verwekte Saul, Saul verwekte Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Kronieken 9:39
Ner verwekte Kis, Kis verwekte Saul, Saul verwekte Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Kronieken 11:10
Hieronder volgen de belangrijkste helden van David. Zij, en trouwens heel Israël, maakten zich sterk voor zijn aanspraken op de troon en riepen hem tot koning uit, zoals de HEER met betrekking tot Israël had gezegd, en ze bleven hem ook daarna steunen.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:1
1 Kronieken 11:24
Zulke heldendaden verrichtte Benaja, de zoon van Jojada, en zo maakte hij naam bij het beroemde drietal.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
2 Samuel 2:18
De drie zonen van Seruja waren er ook: Joab, Abisai en Asaël. Asaël kon lopen als een wilde gazelle.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
2 Samuel 17:10
Zelfs wie zo dapper is als een leeuw zal sidderen, want heel Israël weet dat uw vader een held is en zijn aanhangers dappere krijgers.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
2 Kronieken 25:5
Amasja ontbood de mannen van Juda. Hij liet heel Juda en Benjamin per familie aantreden, in eenheden van duizend en van honderd man, elk met een eigen aanvoerder. Na telling van alle mannen van twintig jaar en ouder bleek hij te beschikken over een gevechtsklare legermacht van driehonderdduizend voortreffelijke krijgers, bewapend met lansen en grote schilden.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
Hooglied 8:14
Ga nu van mij weg, mijn lief! Spring als een gazelle, als het jong van een hert over de bergen vol balsemkruid.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
Spreuken 28:1
Een goddeloze vlucht, ook al is er niemand die hem achtervolgt, een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
1 Kronieken 11:16
David hield zich in die tijd verschanst in de bergen, terwijl in Betlehem een Filistijnse wachtpost was uitgezet.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
1 Kronieken 12:16
(12:17) Op een keer kwamen enkele Benjaminieten en Judeeërs bij de schuilplaats van David.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
2 Samuel 23:20
Ook Benaja, de zoon van Jojada, uit Kabseël, was een dapper en krijgshaftig man. Hij versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Een andere keer, toen het sneeuwde, liet hij zich in een put zakken en doodde daar een leeuw.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
1 Samuel 23:29
(24:1) David trok zich met zijn mannen terug in de rotsholen in de buurt van Engedi.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
1 Samuel 23:14
David en zijn mannen verschansten zich in rotsholen in de met kloven doorsneden woestenij ten oosten van Zif. Saul stuurde elke dag verkenners uit om David op te sporen, maar God leverde hem niet aan hem uit.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
Jeremia 46:9
Bestijg de paarden! Jaag de wagens voort! Helden, werp je in de strijd! Nubiërs, Libiërs, hef de schilden! Span de bogen, Lydiërs!”
Gerelateerd aan 1 Kronieken 12:8
1 Kronieken 11:22
Ook Benaja, de zoon van Jojada uit Kabseël, was een dapper en krijgshaftig man. Hij versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Een andere keer, toen het sneeuwde, liet hij zich in een put zakken en doodde daar een leeuw.
1
2
3