Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Genesis 32:28

(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Mattheüs 1:2

Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Genesis 21:2

Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Lukas 3:34

de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Handelingen 7:8

God sloot met Abraham het verbond van de besnijdenis, en daarom besneed Abraham zijn zoon Isaak, acht dagen na diens geboorte, en Isaak deed hetzelfde met Jakob, en Jakob met de twaalf stamvaders.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Genesis 25:24

Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

1 Kronieken 1:28

Zonen van Abraham: Isaak en Ismaël.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Romeinen 9:10

Sterker nog, Rebekka was van onze vader Isaak zwanger van een tweeling,
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:34

Maleachi 1:2

Ik heb jullie lief-zegt de HEER -,en jullie zeggen: 'Waaruit blijkt die liefde dan?' Zijn Jakob en Esau geen broers? -spreekt de HEER. Toch heb ik Jakob liefgehad