Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Genesis 21:9

Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend lachte.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Genesis 21:2

Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Genesis 21:12

Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Genesis 16:11

Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de HEER heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had.
Gerelateerd aan 1 Kronieken 1:28

Genesis 17:19

Maar God zei: ‘Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden.