Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11-12

Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11

Romeinen 14:15

Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11

Romeinen 15:1

Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11

1 Korinthe 8:13

Als ik dus door vlees te eten mijn broeder of zuster ten val breng, wil ik het nooit ofte nimmer meer eten; dan breng ik hen niet ten val.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11

Romeinen 14:20

Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:11

1 Korinthe 10:33

Ikzelf doe dat ook niet. Ik wil iedereen ter wille zijn, in welk opzicht dan ook; ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van alle anderen, opdat ze worden gered.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 25:45

En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 18:6

Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Handelingen 9:4

Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Exodus 32:21

Tegen Aäron zei hij: 'Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo'n zware schuld op hen geladen hebt?'
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 25:40

En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

1 Korinthe 12:12

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Genesis 42:22

Ruben zei: ‘Heb ik jullie niet gezegd dat je je niet aan de jongen moest vergrijpen? Maar jullie wilden niet luisteren. Nu wordt ons zijn dood betaald gezet.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

1 Samuel 19:4

Jonatan hield tegen zijn vader Saul een pleidooi voor David. Hij sprak als volgt: 'Laat de koning zich niet vergrijpen aan zijn dienaar David. Hij heeft u immers niets misdaan. Integendeel, hij heeft u juist grote diensten bewezen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 12:49

Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Genesis 20:9

Hierna liet hij Abraham bij zich roepen. ‘Wat hebt u ons aangedaan!’ zei hij. ‘Wat heb ik u misdaan dat u mij en mijn rijk schuldig hebt laten worden aan zo’n zwaar vergrijp? U hebt mij op een wel heel ongepaste manier behandeld.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

1 Samuel 2:25

Wanneer mensen elkaar kwaad doen, kan God als scheidsrechter optreden, maar wanneer mensen zondigen tegen de HEER, wie zal dan voor hen pleiten?' Maar de zonen weigerden naar hun vader te luisteren; de HEER had namelijk besloten hen te doden.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

1 Samuel 24:11

(24:12) Kijk zelf maar, vader, hier heb ik een stuk van uw mantel; ik heb een reep van uw mantel afgesneden, maar ik heb u niet vermoord. Ziet u wel dat ik niets kwaads of verkeerds tegen u in de zin heb? Ik heb u niets misdaan, maar u jaagt me op en staat me naar het leven.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 18:21

Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Exodus 16:8

Mozes vervolgde: 'Vanavond zal de HEER u vlees te eten geven, en morgenochtend zult u volop brood hebben, want de HEER heeft uw geklaag gehoord. Dat is immers tegen hem gericht en niet tegen ons-want wie zijn wij?'
Gerelateerd aan 1 Korinthe 8:12

Mattheüs 18:10

Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.