Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33-34

Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

1 Petrus 3:7

U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

Kolossensen 3:19

Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

Nehemia 5:1

De bevolking, en vooral de vrouwen, beklaagde zich luid over een aantal van hun Joodse volksgenoten.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

1 Korinthe 7:3

En een man moet zijn vrouw geven wat haar toekomt, evenals een vrouw haar man.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

1 Thessalonicensen 4:11

en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

1 Samuel 1:4

Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

Lukas 12:22

Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Om deze reden zeg ik tegen jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

Efeze 5:25

Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:33

1 Timotheüs 5:8

Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Lukas 10:40

Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Romeinen 12:1

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

2 Korinthe 11:28

En dan laat ik al het andere nog buiten beschouwing: de druk waaronder ik dagelijks sta vanwege mijn zorg voor de gemeenten.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Lukas 2:36

Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

1 Korinthe 6:20

U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Filippensen 1:20

Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Titus 3:8

Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

2 Korinthe 8:16

Ik dank God dat hij Titus net zo enthousiast over u heeft gemaakt als ik ben.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

1 Thessalonicensen 5:23

Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

Romeinen 6:13

Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 7:34

2 Korinthe 7:11

Zie nu zelf waartoe uw verdriet dat God gegeven heeft, uiteindelijk heeft geleid. Hoe groot is uw inzet niet geworden; meer nog, hoe fel hebt u zich niet verdedigd, hoe verontwaardigd was u niet, hoe bang was u niet voor mij, hoezeer verlangde u niet naar mij, wat een ijver hebt u niet getoond om die broeder te straffen. In ieder opzicht hebt u bewezen dat u in deze zaak niets te verwijten valt.
1
2
Volgende