Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Johannes 6:51

Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Numeri 9:10

'Zeg tegen de Israëlieten: "Wanneer iemand van u of van uw nakomelingen onrein is doordat hij met een lijk in aanraking is geweest of wanneer iemand een verre reis maakt, en hij wil toch ter ere van de HEER het pesachoffer bereiden,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Numeri 9:13

Maar wie rein is en niet op reis en desondanks nalaat het pesachoffer te bereiden, moet uit de gemeenschap gestoten worden omdat hij de HEER niet op de vastgestelde tijd zijn offer heeft gebracht. Zo iemand moet de gevolgen van zijn zonde dragen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

1 Korinthe 10:21

U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Johannes 6:63

De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is Geest, en leven.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Hebreeën 10:29

Hoeveel zwaarder zal dan de straf niet zijn, denkt u, voor wie de Zoon van God vertrapt, het bloed van het verbond ontheiligt-terwijl hij erdoor geheiligd is-en de Geest van de genade veracht?
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Johannes 13:18

Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Mattheüs 22:11

Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

2 Kronieken 30:18

Een groot aantal mensen, uit onder andere Efraïm, Manasse, Issachar en Zebulon, had zich dus niet gereinigd maar toch van het pesachoffer gegeten, hoewel dat eigenlijk verboden was. Maar Jechizkia had voor hen gebeden met de woorden: 'Moge de HEER in zijn goedheid vergeving schenken
Gerelateerd aan 1 Korinthe 11:27

Leviticus 10:1

Aärons zonen Nadab en Abihu deden gloeiende kolen in hun vuurbak en legden er reukwerk op. Maar het was verkeerd vuur dat ze de HEER wilden aanbieden, vuur dat niet voldeed aan de voorschriften van de HEER.