Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 9:7

Daarop zei David tegen hem: 'Wees niet bang, ik verzeker u dat ik u goed zal behandelen, dat ben ik aan uw vader Jonatan verplicht. Ik zal u het land van uw grootvader Saul teruggeven, en voortaan bent u aan mijn tafel te gast.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 17:27

Toen David in Machanaïm aankwam, werd hij bevoorraad door Sobi, de zoon van Nachas, uit Rabba, de hoofdstad van Ammon, door Machir, de zoon van Ammiël, uit Lo-Debar en door de Gileadiet Barzillai uit Rogelim.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 9:10

(10-12) U zult voor hem de grond bewerken, samen met uw zonen en knechten, en de opbrengst afdragen aan de kleinzoon van uw meester, zodat hij ervan leven kan. En Mefiboset, de kleinzoon van uw meester, is voortaan aan mijn tafel te gast.' Siba antwoordde de koning: 'Zoals u beveelt, mijn heer en koning. Het zal gebeuren.' Zo werd Mefiboset aan het hof opgenomen en behandeld als een van de koningszonen. Hij had een zoontje, dat Micha heette. Siba, die zelf vijftien zonen en twintig knechten had, was met alle leden van zijn huishouding in dienst bij Mefiboset.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

Spreuken 27:10

Houd een vriend in ere, ook die van je vader, ga niet naar je broer als je problemen hebt; een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

Lukas 22:28

Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

Lukas 12:37

Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 19:28

(19:29) U had het in uw macht om heel mijn familie ter dood te brengen, maar u nam mij op aan uw hof. Met welk recht zou ik me dan nu nog bij u beklagen?'
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 15:13

Toen David bericht kreeg dat het volk van Israël de kant van Absalom had gekozen,
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

2 Samuel 19:31

(19:32) De Gileadiet Barzillai was uit Rogelim gekomen en had de koning vergezeld naar de Jordaan om hem uitgeleide te doen bij de oversteek van de rivier.
Gerelateerd aan 1 Koningen 2:7

Openbaring 3:20

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.