Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Genesis 32:28

(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Genesis 35:10

Hij zei: ‘Tot nu toe heette je Jakob. Die naam zul je niet langer dragen: Israël is je nieuwe naam.’ Zo gaf God hem de naam Israël.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

2 Koningen 17:34

Ook de Israëlieten zelf vervielen telkens opnieuw in hun oude gewoonten en doen dat tot op de dag van vandaag: ze vereren de HEER niet en houden zich niet aan de voorschriften, regels, wetten en geboden die de HEER heeft opgelegd aan de nakomelingen van Jakob, aan wie hij de naam Israël heeft gegeven.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Jozua 4:20

Jozua richtte daar de twaalf stenen op die ze uit de Jordaan hadden meegenomen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Jozua 4:3

en zeg hun dat ze van de plaats waar de priesters in de Jordaan staan twaalf stenen moeten halen. Die moeten ze meenemen en in het kamp leggen waar ze vanaf deze nacht zullen verblijven.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Ezechiel 37:16

'Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: "Juda, en de Israëlieten die bij hem horen." Neem dan nog een stuk hout en schrijf daarop: "Jozef" -dat is het stuk hout van Efraïm-"en heel het volk van Israël dat met hem verbonden is."
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Efeze 2:20

gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Genesis 33:20

Hij bouwde daar een altaar, dat hij ‘El is de God van Israël’ noemde.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Exodus 24:4

Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Isra ël ‚‚n.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Jeremia 31:1

Dan zal ik voor elke stam van Israël een God zijn, dan is Israël mijn volk-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Openbaring 21:12

Ze had een grote, hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stond een engel. Op de poorten waren namen geschreven: de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Jesaja 48:1

Luister hiernaar, volk van Jakob, dat de naam Israël mag dragen, dat uit Juda’s bron is voortgekomen, dat zweert bij de naam van de HEER en zich op Israëls God beroept, maar onwaarachtig en onoprecht.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Openbaring 7:4

Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Efeze 4:4

één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping,
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Ezra 6:17

en daarvoor brachten zij de volgende offers: honderd stieren, tweehonderd rammen en vierhonderd lammeren. Daarnaast offerden zij nog twaalf geitenbokken als reinigingsoffer voor heel Israël, één voor elk van de twaalf stammen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 18:31

Ezechiel 47:13

Dit zegt God, de HEER: Dit is de grens waarbinnen jullie het land als erfelijk bezit mogen verdelen onder de twaalf stammen van Israël-Jozef krijgt meer dan één gebied.