Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

2 Koningen 5:15

Toen keerde hij met zijn hele gevolg naar Elisa terug, maakte bij de godsman zijn opwachting en zei: 'Ik wist wel dat er behalve in Israël in de hele wereld geen God is. Alstublieft, neemt u een geschenk van uw dienaar aan.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

1 Samuel 9:7

'Als we dat doen, 'vroeg Saul, 'wat kunnen we die man dan geven? Onze mondvoorraad is op, dus we kunnen hem niets te eten aanbieden. En verder hebben we toch niets bij ons?'
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Richteren 19:21

Hij nodigde hen binnen in zijn huis, en nadat hij hun ezels had gevoerd, wasten ze hun voeten en gingen ze aan tafel.
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Handelingen 8:18

Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

1 Petrus 5:2

Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Genesis 18:5

Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Wij nemen uw uitnodiging graag aan.’
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Maleachi 1:10

Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn altaar niet langer zouden aansteken, want dat is toch zinloos. Ik wijs jullie af-zegt de HEER van de hemelse machten-en de offers die jullie brengen aanvaard ik niet.
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Richteren 13:15

Toen zei Manoach tegen de engel van de HEER: 'Wij zouden graag zien dat u nog bleef, zodat we voor u een geitenbokje kunnen klaarmaken.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 13:7

Jeremia 40:5

Toen Jeremia nog steeds niet wegging, zei Nebuzaradan: ‘Ga terug naar Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, die door onze koning als gouverneur over de steden van Juda is aangesteld. Ga bij hem te midden van uw volksgenoten wonen, of waar u maar wilt.’ De commandant van de lijfwacht gaf Jeremia voedsel voor onderweg en liet hem vrij.