Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25-33

Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

Richteren 8:17

Ook haalde hij de toren van Penuël omver en doodde hij de inwoners van die stad.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

Richteren 8:8

Van Sukkot ging hij verder naar Penuël. Hij deed de burgers van Penuël hetzelfde verzoek als hij de burgers van Sukkot had gedaan, en kreeg van hen hetzelfde antwoord.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

Richteren 9:45

Na een dag van strijd nam Abimelech de stad in. Hij doodde er iedereen, maakte de stad met de grond gelijk en bestrooide de resten met zout.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

Genesis 32:30

(32:31) Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want, ‘zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

1 Koningen 12:1

Rechabeam ging naar Sichem, waar heel Israël was samengekomen om hem tot koning uit te roepen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

1 Koningen 9:15

Salomo liet de bouw van de tempel, het paleis, het Millobolwerk en de stadsmuur van Jeruzalem uitvoeren als herendienst, evenals de bouwwerkzaamheden in Hasor, Megiddo en Gezer.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

1 Koningen 16:24

kocht hij van een zekere Semer voor twee talent zilver een berg. Hij liet er huizen op bouwen en noemde de stad die hij liet bouwen Samaria, naar Semer, de vorige bezitter van de berg.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

1 Koningen 9:17

Salomo had Gezer weer opgebouwd. Ook versterkte hij Laag-Bet-Choron,
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

1 Koningen 15:17

Koning Basa van Israël viel Juda binnen en versterkte Rama om de aan- en afvoerwegen voor koning Asa van Juda af te snijden.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

2 Kronieken 11:5

Rechabeam zetelde in Jeruzalem. Van verschillende steden in Juda en Benjamin maakte hij vestingsteden:
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:25

Richteren 9:1

Abimelech, de zoon van Jerubbaäl, ging naar Sichem, waar de familie van zijn moeder woonde, en zei tegen zijn ooms en zijn neven:
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Johannes 11:47

Daarop riepen de hogepriesters en de Farizeeën het Sanhedrin bijeen: ‘Wat moeten we doen? Deze man doet veel wondertekenen,
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

1 Samuel 27:1

Vandaag of morgen val ik natuurlijk toch in handen van Saul, dacht David bij zichzelf. Ik kan me dus maar beter in veiligheid brengen in het land van de Filistijnen. Dan zal Saul het opgeven om mij door heel Israël te achtervolgen en kan ik aan hem ontkomen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

1 Koningen 11:38

Als je luistert naar alles wat ik je opdraag, mij gehoorzaamt en doet wat goed is in mijn ogen door mijn voorschriften en geboden in acht te nemen zoals mijn dienaar David dat deed, dan zal ik je ter zijde staan en je koningshuis bestendigen, zoals ik dat ook voor David heb gedaan. Ik zal Israël aan jou geven.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Johannes 12:19

En de Farizeeën zeiden tegen elkaar: ‘Je ziet dat we niets bereikt hebben: kijk maar, de hele wereld loopt achter hem aan.’
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Lukas 7:39

Toen de Farizeeër die hem had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als hij een profeet was, zou hij weten wie de vrouw is die hem aanraakt, dat ze een zondares is.
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Markus 2:6

Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf:
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

2 Kronieken 20:20

De volgende morgen vroeg gingen ze op weg naar de woestijn van Tekoa. Bij hun vertrek trad Josafat naar voren en sprak hen als volgt toe: 'Juda en Jeruzalem, luister! Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Jesaja 7:9

Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’
Gerelateerd aan 1 Koningen 12:26

Psalmen 14:1

Voor de koorleider. Van David. Dwazen denken: Er is geen God. Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt.
1
2
3
4
5
Volgende