Handelingen 2:1-8

NBV

1Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
2Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
3Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,
4en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
5In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.
6Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.
7Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken?
8Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?

SV

1En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
3En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn.
6En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers?
8En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?

KJV

1And when the day of Pentecost was fully come, they were all with one accord in one place.
2And suddenly there came a sound from heaven as of a rushing mighty wind, and it filled all the house where they were sitting.
3And there appeared unto them cloven tongues like as of fire, and it sat upon each of them.
4And they were all filled with the Holy Ghost, and began to speak with other tongues, as the Spirit gave them utterance.
5And there were dwelling at Jerusalem Jews, devout men, out of every nation under heaven.
6Now when this was noised abroad, the multitude came together, and were confounded, because that every man heard them speak in his own language.
7And they were all amazed and marvelled, saying one to another, Behold, are not all these which speak Galilaeans?
8And how hear we every man in our own tongue, wherein we were born?