Gerelateerd aan Titus 1:11

Gerelateerd aan Titus 1:11

2 Timotheüs 3:6

Sommigen van hen dringen zich op aan hele families en krijgen dan vrouwen in hun macht die met zonde beladen zijn en door allerlei begeerten worden gedreven,
Gerelateerd aan Titus 1:11

1 Timotheüs 6:5

en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Titus 3:10

Wie na twee keer te zijn terechtgewezen nog steeds verdeeldheid zaait, moet je uit de gemeente verwijderen;
Gerelateerd aan Titus 1:11

Romeinen 3:19

Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Titus 1:7

Een opziener moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig;
Gerelateerd aan Titus 1:11

2 Korinthe 11:10

Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Ezechiel 16:63

en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent-maar ik vergeef je alles wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER.'
Gerelateerd aan Titus 1:11

2 Petrus 2:1

Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Micha 3:5

Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren:
Gerelateerd aan Titus 1:11

Ezechiel 13:19

Jullie hebben mijn volk van mij vervreemd voor een handvol gerst en wat hompen brood. Jullie laten mensen sterven die niet moeten sterven, en houden mensen in leven die niet in leven mogen blijven. Jullie hebben mijn volk voorgelogen en het heeft naar je leugens geluisterd.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Micha 3:11

De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: 'De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.'
Gerelateerd aan Titus 1:11

Titus 1:9

En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Lukas 20:40

En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Psalmen 63:11

(63:12) Maar de koning zal zich verheugen in God, wie hem trouw zweert, prijst zich gelukkig-leugenaars wordt de mond gesnoerd.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Jeremia 8:10

Daarom geef ik hun vrouwen weg, hun akkers geef ik aan veroveraars. Want iedereen, van groot tot klein, is op eigen voordeel uit, van profeet tot priester, ieder pleegt bedrog.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Psalmen 107:42

Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap, wie onrecht doet, moet zwijgen.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Jesaja 56:10

Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren.
Gerelateerd aan Titus 1:11

Johannes 10:12

Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen;
Gerelateerd aan Titus 1:11

Mattheüs 23:13

Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.