Open de Bijbel

Spreuken 8:22-31
NBV 22 De HEER heeft mij vóór al het andere verworven, toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij. 23 Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was, nog voor de aarde vorm kreeg. 24 Toen er nog geen oceanen waren, werd ik voortgebracht, nog voor de bronnen met hun waterstromen. 25 Toen de bergen nog niet waren neergezet, werd ik voortgebracht, nog voor er heuvels waren. 26 De aarde en de velden had de HEER nog niet geschapen, geen korrel zand was nog gemaakt. 27 Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf en een cirkel om het water trok, 28 de wolken aan de hemelkoepel plaatste, de oceanen bruisend op liet wellen, 29 toen hij aan de zeeën grenzen stelde, het water met zijn woord zijn plaats gaf, de fundamenten van de aarde legde. 30 Ik was zijn lieveling, een bron van vreugde, elke dag opnieuw. Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid, 31 vond vreugde in zijn hele aarde en was blij met alle mensen. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 22 De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. 23 Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. 24 Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; 25 Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. 26 Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld. 27 Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; 28 Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; 29 Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde; 30 Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende; 31 Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 22 The LORD possessed me in the beginning of his way, before his works of old. 23 I was set up from everlasting, from the beginning, or ever the earth was. 24 When there were no depths, I was brought forth; when there were no fountains abounding with water. 25 Before the mountains were settled, before the hills was I brought forth: 26 While as yet he had not made the earth, nor the fields, nor the highest part of the dust of the world. 27 When he prepared the heavens, I was there: when he set a compass upon the face of the depth: 28 When he established the clouds above: when he strengthened the fountains of the deep: 29 When he gave to the sea his decree, that the waters should not pass his commandment: when he appointed the foundations of the earth: 30 Then I was by him, as one brought up with him: and I was daily his delight, rejoicing always before him; 31 Rejoicing in the habitable part of his earth; and my delights were with the sons of men.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version