SV
18Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet:
19De weg eens arends in den hemel; de weg ener slang op een rotssteen; de weg van een schip in het hart der zee; en de weg eens mans bij een maagd.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637