Romeinen 3:9-13

NBV

9Wat betekent dit alles? Zijn we als Joden nu bevoordeeld? Niet in alle opzichten, want ik heb immers al heel duidelijk gemaakt dat allen, zowel de Joden als de andere volken, in de macht van de zonde zijn.
10Zo staat er ook geschreven: 'Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet één,
11er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt.
12Allen hebben ze zich afgewend, heel de mensheid is verdorven. Er is geen mens die nog het goede doet, er is er zelfs niet één.
13Hun keel is een open graf, hun tong is bedrieglijk, achter hun lippen schuilt het gif van een adder,

SV

9Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk niet; want wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn;
10Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;
11Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
12Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

KJV

9What then? are we better than they? No, in no wise: for we have before proved both Jews and Gentiles, that they are all under sin;
10As it is written, There is none righteous, no, not one:
11There is none that understandeth, there is none that seeketh after God.
12They are all gone out of the way, they are together become unprofitable; there is none that doeth good, no, not one.
13Their throat is an open sepulchre; with their tongues they have used deceit; the poison of asps is under their lips: