Open de Bijbel

Romeinen 16:5-15
NBV 5 Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot het geloof in Christus is gekomen. 6 Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7 Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8 Groet mijn geliefde Ampliatus, die in de Heer gelooft. 9 Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10 Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11 Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12 Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich ingespannen voor de dienst aan de Heer. 13 Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14 Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15 Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 5 Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus. 6 Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft. 7 Groet Andronikus en Junias, mijn magen, en mijn medegevangenen, welke vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus geweest zijn. 8 Groet Amplias, mijn beminde in den Heere. 9 Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en Stachys, mijn beminde. 10 Groet Apelles, die beproefd is in Christus. Groet hen, die van het huisgezin van Aristobulus zijn. 11 Groet Herodion, die van mijn maagschap is. Groet hen, die van het huisgezin van Narcissus zijn, degenen namelijk, die in den Heere zijn. 12 Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere. 13 Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne. 14 Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn. 15 Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 5 Likewise greet the church that is in their house. Salute my wellbeloved Epaenetus, who is the firstfruits of Achaia unto Christ. 6 Greet Mary, who bestowed much labour on us. 7 Salute Andronicus and Junia, my kinsmen, and my fellowprisoners, who are of note among the apostles, who also were in Christ before me. 8 Greet Amplias my beloved in the Lord. 9 Salute Urbane, our helper in Christ, and Stachys my beloved. 10 Salute Apelles approved in Christ. Salute them which are of Aristobulus' household. 11 Salute Herodion my kinsman. Greet them that be of the household of Narcissus, which are in the Lord. 12 Salute Tryphena and Tryphosa, who labour in the Lord. Salute the beloved Persis, which laboured much in the Lord. 13 Salute Rufus chosen in the Lord, and his mother and mine. 14 Salute Asyncritus, Phlegon, Hermas, Patrobas, Hermes, and the brethren which are with them. 15 Salute Philologus, and Julia, Nereus, and his sister, and Olympas, and all the saints which are with them.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version