Romeinen 14:10-13

NBV

10Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan,
11want er staat geschreven: 'Zo waar ik leef-zegt de Heer-, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.'
12Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.
13Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren.

SV

10Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.
11Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
12Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.
13Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.

KJV

10But why dost thou judge thy brother? or why dost thou set at nought thy brother? for we shall all stand before the judgment seat of Christ.
11For it is written, As I live, saith the Lord, every knee shall bow to me, and every tongue shall confess to God.
12So then every one of us shall give account of himself to God.
13Let us not therefore judge one another any more: but judge this rather, that no man put a stumblingblock or an occasion to fall in his brother's way.