Open de Bijbel

Psalmen 44:2-4
NBV 2 (44:3) Om hén te planten hebt u volken verdreven, naties verslagen om ruimte te geven aan hén. 3 (44:4) Zij verkregen het land niet met het zwaard, niet hun eigen kracht heeft hen gered, maar uw rechterhand, uw arm, het licht van uw gelaat-u had hen lief. 4 (44:5) U, God, bent mijn koning, u beveelt de redding van Jakob. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 2 O God! wij hebben het met onze oren gehoord, onze vaders hebben het ons verteld: Gij hebt een werk gewrocht in hun dagen, in de dagen van ouds. 3 Gij hebt de heidenen met Uw hand uit de bezitting verdreven, maar henlieden geplant; Gij hebt de volken geplaagd, henlieden daarentegen doen voortschieten. 4 Want zij hebben het land niet geerfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 2 How thou didst drive out the heathen with thy hand, and plantedst them; how thou didst afflict the people, and cast them out. 3 For they got not the land in possession by their own sword, neither did their own arm save them: but thy right hand, and thine arm, and the light of thy countenance, because thou hadst a favour unto them. 4 Thou art my King, O God: command deliverances for Jacob.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version