Open de Bijbel

Psalmen 126:1-6
NBV1 Een pelgrimslied. Toen de HEER het lot van Sion keerde, was het of wij droomden, 2 een lach vulde onze mond, onze tong brak uit in gejuich. Toen zeiden alle volken: 'De HEER heeft voor hen iets groots verricht.' 3 Ja, de HEER had voor ons iets groots verricht, we waren vol vreugde. 4 Keer ook nu ons lot, HEER, zoals u water doet weerkeren in de woestijn. 5 Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. 6 Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen. 2 Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan. 3 De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd. 4 O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden. 5 Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. 6 Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV1 When the LORD turned again the captivity of Zion, we were like them that dream. 2 Then was our mouth filled with laughter, and our tongue with singing: then said they among the heathen, The LORD hath done great things for them. 3 The LORD hath done great things for us; whereof we are glad. 4 Turn again our captivity, O LORD, as the streams in the south. 5 They that sow in tears shall reap in joy. 6 He that goeth forth and weepeth, bearing precious seed, shall doubtless come again with rejoicing, bringing his sheaves with him.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version