SV
1Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
2Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.
3Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde; en als de boom naar het zuiden, of als hij naar het noorden valt, in de plaats, waar de boom valt, daar zal hij wezen.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637