Openbaring 21:11-15

NBV

11De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis.
12Ze had een grote, hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stond een engel. Op de poorten waren namen geschreven: de namen van de twaalf stammen van Israëls zonen.
13Vanuit het oosten gezien waren er drie poorten, vanuit het noorden drie, vanuit het zuiden drie en vanuit het westen drie.
14De stadsmuur had twaalf grondstenen, met daarop de namen van de twaalf apostelen van het lam.
15Degene die met mij sprak had een gouden meetstok om daarmee de stad, de poorten en de muur op te meten.

SV

11En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.
12En zij had een groten en hogen muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de namen der twaalf geslachten der kinderen Israels.
13Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten.
14En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams.
15En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur.

KJV

11Having the glory of God: and her light was like unto a stone most precious, even like a jasper stone, clear as crystal;
12And had a wall great and high, and had twelve gates, and at the gates twelve angels, and names written thereon, which are the names of the twelve tribes of the children of Israel:
13On the east three gates; on the north three gates; on the south three gates; and on the west three gates.
14And the wall of the city had twelve foundations, and in them the names of the twelve apostles of the Lamb.
15And he that talked with me had a golden reed to measure the city, and the gates thereof, and the wall thereof.