Open de Bijbel

Markus 3:31-35
NBV 31 Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. 32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.’ 33 Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ 34 Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 31 Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem. 32 En de schare zat rondom Hem; en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U. 33 En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders? 34 En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. 35 Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 31 There came then his brethren and his mother, and, standing without, sent unto him, calling him. 32 And the multitude sat about him, and they said unto him, Behold, thy mother and thy brethren without seek for thee. 33 And he answered them, saying, Who is my mother, or my brethren? 34 And he looked round about on them which sat about him, and said, Behold my mother and my brethren! 35 For whosoever shall do the will of God, the same is my brother, and my sister, and mother.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version