Open de Bijbel

Markus 1:32-35
NBV 32 ‘s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe; 33 alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was. 35 Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 32 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren. 33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur. 34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden. 35 En des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en bad aldaar.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 32 And at even, when the sun did set, they brought unto him all that were diseased, and them that were possessed with devils. 33 And all the city was gathered together at the door. 34 And he healed many that were sick of divers diseases, and cast out many devils; and suffered not the devils to speak, because they knew him. 35 And in the morning, rising up a great while before day, he went out, and departed into a solitary place, and there prayed.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version