Open de Bijbel

Lukas 22:7-13
NBV 7 De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. 8 Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ 9 Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ 10 Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, 11 en zeg tegen de heer van dat huis: “De Meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” 12 Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ 13 Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 7 En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden. 8 En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen. 9 En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden? 10 En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat. 11 En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? 12 En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar. 13 En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 7 Then came the day of unleavened bread, when the passover must be killed. 8 And he sent Peter and John, saying, Go and prepare us the passover, that we may eat. 9 And they said unto him, Where wilt thou that we prepare? 10 And he said unto them, Behold, when ye are entered into the city, there shall a man meet you, bearing a pitcher of water; follow him into the house where he entereth in. 11 And ye shall say unto the goodman of the house, The Master saith unto thee, Where is the guestchamber, where I shall eat the passover with my disciples? 12 And he shall shew you a large upper room furnished: there make ready. 13 And they went, and found as he had said unto them: and they made ready the passover.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version