Lukas 2:41-52

NBV

41Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem.
42Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht.
43Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten.
44In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken.
45Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken.
46Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde.
47Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden.
48Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’
49Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’
50Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei.
51Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart.
52Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.

SV

41En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha.
42En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van den feestdag;
43En de dagen aldaar voleindigd hadden, toen zij wederkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem, en Jozef en Zijn moeder wisten het niet.
44Maar menende, dat Hij in het gezelschap op den weg was, gingen zij een dagreize, en zochten Hem onder de magen, en onder de bekenden.
45En als zij Hem niet vonden, keerden zij wederom naar Jeruzalem, Hem zoekende.
46En het geschiedde, na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel, zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende.
47En allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn verstand en antwoorden.
48En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht.
49En Hij zeide tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?
50En zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.
51En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart.
52En Jezus nam toe in wijsheid, en in grootte, en in genade bij God en de mensen.

KJV

41Now his parents went to Jerusalem every year at the feast of the passover.
42And when he was twelve years old, they went up to Jerusalem after the custom of the feast.
43And when they had fulfilled the days, as they returned, the child Jesus tarried behind in Jerusalem; and Joseph and his mother knew not of it.
44But they, supposing him to have been in the company, went a day's journey; and they sought him among their kinsfolk and acquaintance.
45And when they found him not, they turned back again to Jerusalem, seeking him.
46And it came to pass, that after three days they found him in the temple, sitting in the midst of the doctors, both hearing them, and asking them questions.
47And all that heard him were astonished at his understanding and answers.
48And when they saw him, they were amazed: and his mother said unto him, Son, why hast thou thus dealt with us? behold, thy father and I have sought thee sorrowing.
49And he said unto them, How is it that ye sought me? wist ye not that I must be about my Father's business?
50And they understood not the saying which he spake unto them.
51And he went down with them, and came to Nazareth, and was subject unto them: but his mother kept all these sayings in her heart.
52And Jesus increased in wisdom and stature, and in favour with God and man.