Lukas 15:11-17

SV

11En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.
12En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.
13En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.
14En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.
15En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.
16En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien.
17En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!

KJV

11And he said, A certain man had two sons:
12And the younger of them said to his father, Father, give me the portion of goods that falleth to me. And he divided unto them his living.
13And not many days after the younger son gathered all together, and took his journey into a far country, and there wasted his substance with riotous living.
14And when he had spent all, there arose a mighty famine in that land; and he began to be in want.
15And he went and joined himself to a citizen of that country; and he sent him into his fields to feed swine.
16And he would fain have filled his belly with the husks that the swine did eat: and no man gave unto him.
17And when he came to himself, he said, How many hired servants of my father's have bread enough and to spare, and I perish with hunger!
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.