Lukas 15:11-13

NBV

11Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen.
12De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen.
13Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.

SV

11En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.
12En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.
13En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.

KJV

11And he said, A certain man had two sons:
12And the younger of them said to his father, Father, give me the portion of goods that falleth to me. And he divided unto them his living.
13And not many days after the younger son gathered all together, and took his journey into a far country, and there wasted his substance with riotous living.