Open de Bijbel

Johannes 12:37-43
NBV 37 Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had, geloofden ze niet in hem. 38 Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei: ‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’ 39 Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd: 40 ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart gesloten, anders zouden zij met hun ogen zien en met hun hart begrijpen, zij zouden zich omkeren en ik zou hen genezen.’ 41 Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. 42 Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. 43 Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 37 En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet; 38 Opdat het woord van Jesaja, den profeet, vervuld werd, dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd, en wien is de arm des Heeren geopenbaard? 39 Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft: 40 Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze. 41 Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak. 42 Nochtans geloofden ook zelfs velen uit de oversten in Hem; maar om der Farizeen wil beleden zij het niet; opdat zij uit de synagoge niet zouden geworpen worden. 43 Want zij hadden de eer der mensen lief, meer dan de eer van God.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 37 But though he had done so many miracles before them, yet they believed not on him: 38 That the saying of Esaias the prophet might be fulfilled, which he spake, Lord, who hath believed our report? and to whom hath the arm of the Lord been revealed? 39 Therefore they could not believe, because that Esaias said again, 40 He hath blinded their eyes, and hardened their heart; that they should not see with their eyes, nor understand with their heart, and be converted, and I should heal them. 41 These things said Esaias, when he saw his glory, and spake of him. 42 Nevertheless among the chief rulers also many believed on him; but because of the Pharisees they did not confess him, lest they should be put out of the synagogue: 43 For they loved the praise of men more than the praise of God.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version