Job 38:4-7

SV

4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.
5Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?
6Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?
7Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.

KJV

4Where wast thou when I laid the foundations of the earth? declare, if thou hast understanding.
5Who hath laid the measures thereof, if thou knowest? or who hath stretched the line upon it?
6Whereupon are the foundations thereof fastened? or who laid the corner stone thereof;
7When the morning stars sang together, and all the sons of God shouted for joy?
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.