Open de Bijbel

Job 22:4-11
NBV 4 Zou hij je voor je vroomheid willen straffen en je daarom in een rechtsgeding betrekken? 5 Je weet toch dat je levenswandel slecht is, dat je zonden ontelbaar zijn? 6 Zonder reden eiste je een pand van je naaste en armen nam je zelfs hun laatste kleren af. 7 Wie uitgeput was weigerde je water, brood onthield je hem die honger had. 8 Ja, de gewelddadige bezit het land, de nietsontziende heeft er zijn macht gevestigd. 9 Weduwen heb je weggestuurd met lege handen, de krachten van wezen heb je gebroken. 10 Daarom staan er valstrikken rondom en raak je plotseling door angst ontzet. 11 Zie je dan het duister niet, bespeur je niet de vloed die jou bedekt? Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 4 Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt? 5 Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde? 6 Want gij hebt uw broederen zonder oorzaak pand afgenomen, en de klederen der naakten hebt gij uitgetogen. 7 Den moede hebt gij geen water te drinken gegeven, en van den hongerige hebt gij het brood onthouden. 8 Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin. 9 De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld. 10 Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd. 11 Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 4 Will he reprove thee for fear of thee? will he enter with thee into judgment? 5 Is not thy wickedness great? and thine iniquities infinite? 6 For thou hast taken a pledge from thy brother for nought, and stripped the naked of their clothing. 7 Thou hast not given water to the weary to drink, and thou hast withholden bread from the hungry. 8 But as for the mighty man, he had the earth; and the honourable man dwelt in it. 9 Thou hast sent widows away empty, and the arms of the fatherless have been broken. 10 Therefore snares are round about thee, and sudden fear troubleth thee; 11 Or darkness, that thou canst not see; and abundance of waters cover thee.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version