Job 22:4-11

NBV

4Zou hij je voor je vroomheid willen straffen en je daarom in een rechtsgeding betrekken?
5Je weet toch dat je levenswandel slecht is, dat je zonden ontelbaar zijn?
6Zonder reden eiste je een pand van je naaste en armen nam je zelfs hun laatste kleren af.
7Wie uitgeput was weigerde je water, brood onthield je hem die honger had.
8Ja, de gewelddadige bezit het land, de nietsontziende heeft er zijn macht gevestigd.
9Weduwen heb je weggestuurd met lege handen, de krachten van wezen heb je gebroken.
10Daarom staan er valstrikken rondom en raak je plotseling door angst ontzet.
11Zie je dan het duister niet, bespeur je niet de vloed die jou bedekt?

SV

4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?
5Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?
6Want gij hebt uw broederen zonder oorzaak pand afgenomen, en de klederen der naakten hebt gij uitgetogen.
7Den moede hebt gij geen water te drinken gegeven, en van den hongerige hebt gij het brood onthouden.
8Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin.
9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.
10Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.
11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.

KJV

4Will he reprove thee for fear of thee? will he enter with thee into judgment?
5Is not thy wickedness great? and thine iniquities infinite?
6For thou hast taken a pledge from thy brother for nought, and stripped the naked of their clothing.
7Thou hast not given water to the weary to drink, and thou hast withholden bread from the hungry.
8But as for the mighty man, he had the earth; and the honourable man dwelt in it.
9Thou hast sent widows away empty, and the arms of the fatherless have been broken.
10Therefore snares are round about thee, and sudden fear troubleth thee;
11Or darkness, that thou canst not see; and abundance of waters cover thee.