Job 2:6-7

NBV

6Toen zei de HEER tegen Satan: 'Goed, doe met hem wat je wilt, maar spaar zijn leven.'
7Hierop vertrok Satan en overdekte Job van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren.

SV

6En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
7Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.

KJV

6And the LORD said unto Satan, Behold, he is in thine hand; but save his life.
7So went Satan forth from the presence of the LORD, and smote Job with sore boils from the sole of his foot unto his crown.