Jesaja 25:4-5

NBV

4U was een toevlucht voor de zwakken, een toevlucht voor de armen in hun nood, beschutting tegen stortbuien, schaduw tegen hitte. Want het woeden van die wrede volken is als een stortbui tegen een muur,
5als hitte in een dorre streek. U doet het barbaarse gejoel verstommen, u tempert de triomf van tirannen, zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

SV

4Want Gij zijt den arme een Sterkte geweest, een Sterkte den nooddruftige, als hem bange was; een Toevlucht tegen den vloed, een Schaduw tegen de hitte; want het blazen der tirannen is als een vloed tegen een wand.
5Gelijk de hitte in een dorre plaats, zult Gij de onstuimigheid der vreemdelingen nederdrukken; gelijk de hitte door de schaduw ener dikke wolk, zal het gezang der tirannen vernederd worden.

KJV

4For thou hast been a strength to the poor, a strength to the needy in his distress, a refuge from the storm, a shadow from the heat, when the blast of the terrible ones is as a storm against the wall.
5Thou shalt bring down the noise of strangers, as the heat in a dry place; even the heat with the shadow of a cloud: the branch of the terrible ones shall be brought low.