Jeremia 26:18-19

NBV

18‘Toen Hizkia koning van Juda was trad Micha uit Moreset op als profeet. Hij zei tegen het volk van Juda: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De Sion zal als een akker worden omgeploegd, Jeruzalem zal tot een puinhoop worden, de tempelberg tot een overwoekerde heuvel.”
19Maar hebben koning Hizkia en de bevolking van Juda Micha ter dood gebracht? Hizkia had ontzag voor de HEER en wist hem gunstig te stemmen, zodat de HEER afzag van het onheil dat hij hun had aangekondigd. Als we deze man doden, roepen we groot onheil over ons af!’

SV

18Micha, de Morastiet, heeft in de dagen van Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd, en tot al het volk van Juda gesproken, zeggende: Zo zegt de HEERE des heirscharen: Sion zal als een akker geploegd, en Jeruzalem tot steen hopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten des wouds.
19Hebben ook Hizkia, de koning van Juda, en gans Juda hem ooit gedood? Vreesde hij niet den HEERE, en smeekte des HEEREN aangezicht, zodat het den HEERE berouwde over het kwaad, dat Hij tegen hen gesproken had? Wij dan doen een groot kwaad tegen onze zielen.

KJV

18Micah the Morasthite prophesied in the days of Hezekiah king of Judah, and spake to all the people of Judah, saying, Thus saith the LORD of hosts; Zion shall be plowed like a field, and Jerusalem shall become heaps, and the mountain of the house as the high places of a forest.
19Did Hezekiah king of Judah and all Judah put him at all to death? did he not fear the LORD, and besought the LORD, and the LORD repented him of the evil which he had pronounced against them? Thus might we procure great evil against our souls.