Handelingen 9:18-30

SV

18En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.
19En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.
20En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.
21En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters?
22Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.
23En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden.
24Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten.
25Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.
26Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.
27Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.
28En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;
29En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.
30Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen.

KJV

18And immediately there fell from his eyes as it had been scales: and he received sight forthwith, and arose, and was baptized.
19And when he had received meat, he was strengthened. Then was Saul certain days with the disciples which were at Damascus.
20And straightway he preached Christ in the synagogues, that he is the Son of God.
21But all that heard him were amazed, and said; Is not this he that destroyed them which called on this name in Jerusalem, and came hither for that intent, that he might bring them bound unto the chief priests?
22But Saul increased the more in strength, and confounded the Jews which dwelt at Damascus, proving that this is very Christ.
23And after that many days were fulfilled, the Jews took counsel to kill him:
24But their laying await was known of Saul. And they watched the gates day and night to kill him.
25Then the disciples took him by night, and let him down by the wall in a basket.
26And when Saul was come to Jerusalem, he assayed to join himself to the disciples: but they were all afraid of him, and believed not that he was a disciple.
27But Barnabas took him, and brought him to the apostles, and declared unto them how he had seen the Lord in the way, and that he had spoken to him, and how he had preached boldly at Damascus in the name of Jesus.
28And he was with them coming in and going out at Jerusalem.
29And he spake boldly in the name of the Lord Jesus, and disputed against the Grecians: but they went about to slay him.
30Which when the brethren knew, they brought him down to Caesarea, and sent him forth to Tarsus.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.