Handelingen 2:34-36

NBV

34David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
35tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’”
36Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’

SV

34Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand.
35Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
36Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.

KJV

34For David is not ascended into the heavens: but he saith himself, The LORD said unto my Lord, Sit thou on my right hand,
35Until I make thy foes thy footstool.
36Therefore let all the house of Israel know assuredly, that God hath made that same Jesus, whom ye have crucified, both Lord and Christ.