Handelingen 2:25-28

SV

25Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet bewogen worde.
26Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja, ook mijn vlees zal rusten in hope;
27Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te zien.
28Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vervullen met verheuging door Uw aangezicht.

KJV

25For David speaketh concerning him, I foresaw the Lord always before my face, for he is on my right hand, that I should not be moved:
26Therefore did my heart rejoice, and my tongue was glad; moreover also my flesh shall rest in hope:
27Because thou wilt not leave my soul in hell, neither wilt thou suffer thine Holy One to see corruption.
28Thou hast made known to me the ways of life; thou shalt make me full of joy with thy countenance.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.