Genesis 50:18-23

SV

18Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!
19En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?
20Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
21Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.
22Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.
23En Jozef zag van Efraim kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieen geboren.

KJV

18And his brethren also went and fell down before his face; and they said, Behold, we be thy servants.
19And Joseph said unto them, Fear not: for am I in the place of God?
20But as for you, ye thought evil against me; but God meant it unto good, to bring to pass, as it is this day, to save much people alive.
21Now therefore fear ye not: I will nourish you, and your little ones. And he comforted them, and spake kindly unto them.
22And Joseph dwelt in Egypt, he, and his father's house: and Joseph lived an hundred and ten years.
23And Joseph saw Ephraim's children of the third generation: the children also of Machir the son of Manasseh were brought up upon Joseph's knees.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.