Genesis 29:15-21

SV

15Daarna zeide Laban tot Jakob: Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij derhalve om niet dienen? verklaar mij, wat zal uw loon zijn?
16En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.
17Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.
18En Jakob had Rachel lief; en hij zeide: Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter.
19Toen zeide Laban: Het is beter, dat ik haar aan u geve, dan dat ik haar aan een anderen man geve; blijf bij mij.
20Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad.
21Toen zeide Jakob tot Laban: Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.

KJV

15And Laban said unto Jacob, Because thou art my brother, shouldest thou therefore serve me for nought? tell me, what shall thy wages be?
16And Laban had two daughters: the name of the elder was Leah, and the name of the younger was Rachel.
17Leah was tender eyed; but Rachel was beautiful and well favoured.
18And Jacob loved Rachel; and said, I will serve thee seven years for Rachel thy younger daughter.
19And Laban said, It is better that I give her to thee, than that I should give her to another man: abide with me.
20And Jacob served seven years for Rachel; and they seemed unto him but a few days, for the love he had to her.
21And Jacob said unto Laban, Give me my wife, for my days are fulfilled, that I may go in unto her.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.